Een 7-tal genealogieën
Recente reacties
WP_TNG - -

Inleiding

Geschiedenis

De ontwikkeling van de ansichtkaart begint in de loop van de jaren tachtig van de 19e eeuw, toen de postwet in zowel Oostenrijk als Duitsland zo werd aangepast dat het monopolie op het uitgeven van postkaarten kwam te vervallen. In de loop van de jaren negentig van de 19e eeuw begon de prentbriefkaart vooral in Duitsland aan een grote opmars, omdat ze veel werden verzameld. Bij de oorspronkelijke ansichtkaarten was de hele achterkant gereserveerd voor de adressering. Men noemt deze kaarten voorlopers, doorlopers (deze 2 termen duiden op de achterkant toen die nog niet gedeeld was in tweeën) of witbanders (deze term heeft te maken met de voorkant waar onder of om de foto’s een wit strook was voor een eventuele mededeling). Tot 1905 mocht in Nederland de achterkant van een prentbriefkaart alleen gebruikt worden om naam, adres en woonplaats op te schrijven. Het verzonden bericht bestond dus uit weinig meer dan de afbeelding, want het was niet toegestaan om iets op de voorkant te schrijven. Dit had te maken met de lage frankeerwaarde. Het verzenden van kaarten met een bericht was veel duurder.

Kort hierna begonnen andere landen met het introduceren van een gedeelde achterkant. Bij deze kaarten is de achterzijde in tweeën gedeeld: de rechterhelft is bestemd voor het adres, dat op voorgedrukte lijntjes kan worden geschreven, en links is ruimte voor een bericht. Zo kon de zegetocht van de ansichtkaart als communicatiemiddel beginnen. De voorzijde werd nu exclusief bestemd voor het beeld.

Nederlandse prentbriefkaarten

U zult begrijpen dat dus de eerste uitgevers van prentbriefkaarten zich in Duitsland bevonden. De oudst bekende prentbriefkaart werd daarom ook uitgegeven door een Duitse uitgever, Franz Schemm uit Nürnberg, en is ter gelegenheid van de wereldtentoonstelling 1883 in Amsterdam. Deze kaarten waren eigenlijk nog geen prentbriefkaarten maar geïllustreerde briefkaarten.

Tussen 1890 en 1900 zijn de eerste Nederlandse uitgevers begonnen met het uitgeven van prentbriefkaarten. Waarschijnlijk de oudste Nederlandse ‘echte’ prentbriefkaart is van Amsterdam met poststempel van 22 mei 1892. In dat jaar werd op 1 april toegestaan dat uitgevers hun eigen prentbriefkaarten op de markt brachten, het was niet meer nodig afbeeldingen op officiële briefkaarten te drukken.

Rond 1900 worden de afbeeldingen groter en de schrijfruimte kleiner. Dit zijn de kaarten waarmee de verzamelrage op gang kwam: mooi afgedrukte foto’s van herkenbare plaatsen in ieders eigen omgeving.

Na 1905 kon de afbeelding de volledige kaart in beslag nemen. Op de adreszijde was de deelstreep ingevoerd en de helft van de adreszijde kon worden beschreven.